en toch lijkt alleen al

de tijd in de wachtzaal

zo ellenlang eindeloos.

 

Vooruitkijken jaagt ons driftig op,

zo wachten we op meer en beter.

Terugblikken maakt ons weemoedig,

zoveel is verleden en voorgoed voorbij.

De tijdslijn zit vol tikkende deadlines:

onvoltooide tijd, toekomstig of nabij.

 

Soms, heel soms tikt de tijd bijna niet:

rustig naast elkaar tussen hoge bomen,

glimlachend gebogen over een kind,

luisterend naar je lachen en tranen

en tijd maken tot de stilte spreekt.

Dat is tijd gevuld met eeuwigheid,

die nooit te kort of lang kan duren.

 

Zo mag je vakantie zijn, veraf of dichtbij:

met vele uren die eeuwen kunnen duren,

genietend van wat je zomaar is gegeven.

Geen klepels die vijf voor twaalf luiden,

geen honderdste van een seconde prestatie,

geen dodende angst om het niet te halen.

 

Onze tijd hier op aarde

duurt geen eeuwigheid,

en toch lijkt alleen al

het spelen van een kind

zo zaligmakend eindeloos.

[door Hedwig van Peteghem]

{moscomment}